Het was een oude man in een Mercedes.
Bij Mercedes denk ik meestal aan beenhouwers, landbouwers of zelfstandigen met veel zwart geld.
Maar goed, het was een oude man met bruine tanden en een bruine rand rond zijn mond.
Was het van zelfgedraaide sigaretten met extra veel teer of gewoon van pruimtabak,
de Heer was het wijs. Als hij dat al was natuurlijk.
Ik kwam uit een oprit naar het erf van een boerderij gereden (waar op de rolluiken "Dirk is niet thuis" ge-airbrushed was) en moest dus stoppen voor de man.
Hij deed me teken om naar zijn wagen te komen en draaide zijn raampje open.
Behulpzaam, en vooral nieuwsgierig, als ik ben stapte ik van mijn Night Rod Special en liet de door Porsche ontwikkelde V-twin nerveus in vrijloop draaien (geef toe, klinkt stukken avontuurlijker dan "stapte ik van de BMW GS met motorblok-uit-de-tijd-van-Adolf-H. die tokkelde als een naaimachine").
"Kan ik u van dienst zijn?" vroeg ik.
"Is dit de weg naar Torhout?" vroeg hij me licht sputterend wegens 2 ontbrekende voortanden.
"Nee", zei ik hem. "Daarvoor keer je beter terug naar de autostrade, neem je richting Brugge en aan de afrit Torhout sla je af".
"Ik rij nooit op autostrade's" zei hij.
"Zou ik langs hier ook in Torhout komen?" vroeg hij me.
Het was wel compleet de verkeerde weg maar alles is mogelijk natuurlijk.
Ik moest denken aan het feit dat ook alle wegen naar Rome leiden.
De Night Rod Special stond ondertussen nerveus te grommen,
gretig om me mee te nemen op de weg naar nergens.
"Tja, ik denk wel dat je langs hier ook in Torhout komt, maar die weg kan ik je niet uitleggen" zei ik hem naar waarheid.
"Moest ik doorrijden tot aan de platse, zouden ze het daar dan weten?" polste hij.
"Ongetwijfeld" zei ik vanuit de wijsheid dat niets onmogelijk is.
"Hartelijk dank" zei de oude man opgelucht en welgemeend waarop hij met enkele zwarte roetwolken uit zijn uitlaat en mijn zicht verdween.
Dirk was ondertussen nog steeds niet thuis waardoor ik mijn weg naar nergens verder zette.