“Trees wordt zestig, Trees wordt zestig” begon iedereen stilaan te fluisteren. Ja, als je het hoorde wist je dat het eigenlijk wel waar was, maar je geloofde het niet. Onder de vrienden was er ook veel ongeloof.
Frans zei : “Trees tjestug? Toch nie in den tennis, ze sloat lik iejeentjie van dertug”. Frans was dan ook een kordaat man die wist wat hij zag.
Lut daarentegen geloofde het niet omdat zij vond dat Trees nog zo uitbundig kon lachen als een bakvis. “Trees tjestug?” zei Lut, “Dakannie want ze lacht nog lik nun bakvis, alli dakantochnie”. Maar goed, dat kwam omdat Lut ook graag lachte, en lachen houdt je jong.
Joris daarentegen had heel andere redenen om te geloven dat Trees geen zestig kon zijn.
Joris was een notoir fijnproever die wist dat koks op hun hoogtepunt zijn rond hun veertigste.
“Trees zestig? Dat kan niet als je de kwaliteit en finesse van haar gerechten ziet. Veertig misschien?” vond Joris. Joris was dan ook een echte kenner.
Paula daarentegen vond dat Trees geen zestig kon zijn omdat zij vanuit haar eigen beroepsverleden wist dat mensen die goed met kinderen kunnen omgaan nooit oud worden. “Zoals Trees onnozel doet met Michelleke, dan kun je geen zestig zijn” vond Paula.
En Paula wist het een en ander van opvoeden.
Jef had zo ook zijn redenen om te twijfelen aan de zestig jaar van Trees. Het was algemeen gekend dat Jef graag een glas dronk en soms al eens bleef hangen aan de toog.
Volgens Jef was dit enkel weggelegd voor mensen die jong van hart waren.
“Trees Tjestug?” riep Jef, “Dat kan niet, hare grote wijzer staat nog niet op zesse”.
Ja, daar was niet veel tegen in te brengen, Jef wist namelijk maar al te goed wanneer de grote wijzer op 6 stond.
Ja, iedereen twijfelde, geloofde het niet.
Roos vond op haar beurt dat het niet kon dat Trees zestig was door haar look. Roos, zelf een trots model, vond dat Trees steeds gekleed was als een jonge springer. “Trees ziet der joenger uut of mien eigen dochter, ze kan zie gin tjestug zien” sprak Roos. En dan moet je weten dat de dochter van Roos best kon inspringen voor Miss Belgian Beauty.
Stilaan begon iedereen te twijfelen aan de geruchten dat Trees zestig was.
Brigitte vond ook dat Trees geen zestig kon zijn. “Moest ze zestig zijn dan zou ze eigenlijk al Oma moeten zijn en Oma’s zien er oud uit” zei Brigitte. “En een echte Oma kan trouwens haar kleindochter zonder problemen uit een Buggy halen en Trees kan dat niet, de mensen spreken nog steeds over de manier waarop ze Michelleke uit haar Buggy trok op een terras op de Markt. Best dat Michelleke een sterk kind is”. Ja, goeie raad was duur. Was Trees nu eigenlijk zestig?
Omdat niemand zijn mening ernstig ging nemen besloot Philip raad te vragen aan zijn Indiaanse vriend “Gewond Hart”.
Gewond Hart had zich teruggetrokken op een berg, nog hoger dan de Kemmelberg.
Daar rookte hij de vredespijp en dacht hij na over de problemen van de wereld, ten eeuwigen dage. Gewond Hart was een heel wijs man.
“Gewond Hart, waarom houden wij van Trees en waarom geloven wij niet dat ze zestig is?” vroeg Philip na een voetreis van wel zeker 33 minuten. Gewond Hart nam de vredespijp uit zijn mond, staarde wijs in de verte en sprak :
“Trees kan geen zestig zijn, zal nooit geen zestig zijn en jullie zullen haar eeuwig graag zien omdat het eigenlijk steeds een echt plezant kieken zal blijven”.
“Zoals gij en uw vrienden, onnozelaar” besloot Gewond Hart terwijl hij Philip de berg af keek, want hij wilde weer mediteren.…